Blikjes en tierelantijntjes

Ambtenaar van de Burgerlijke Stand en senior medewerker Ruthline Martines heeft van trouwen haar werk gemaakt. Elke maand voltrekt zij zo’n vijftien huwelijken.

Daarnaast geeft zij leiding aan de baliemedewerkers van het bevolkingsregister en ziet zij erop toe dat de geboorteaktes, inschrijvingen, uitschrijvingen en ondertrouw goed verlopen.

Hoe ben je Ambtenaar van de Burgerlijke Stand geworden?

‘Ik zat op de havo in de eindexamenklas toen ik in een advertentie zag staan dat er subsidie werd verleend voor de studie Bevolkingsboekhouding, Burgerlijke stand en Nationaliteitsrecht in Nederland. Samen met twee andere meiden en een jongen heb ik daarop gesolliciteerd.

We werden alle vier aangenomen en mochten naar Nederland, naar de bestuursschool in Rotterdam. Ik woonde in Den Haag en bij die gemeente heb ik ook stage gelopen. Na twee jaar ben ik terug naar Curaçao gegaan. Ik kon hier meteen aan de slag.

Inmiddels werk ik al eenentwintig jaar bij de Burgerlijke Stand. Ik ben begonnen bij Paspoorten en Nationaliteitsrecht. Na drie jaar ben ik overgestapt naar de Burgerlijke Stand en twee jaar later kreeg ik als Ambtenaar van de Burgerlijke Stand mijn ‘besluit’ voor het voltrekken van huwelijken. Ik was toen zevenentwintig.’

Hoe was je eerste huwelijk?

‘Het bruidspaar was wat ouder, ergens in de veertig. Ze woonden al een paar jaar samen. Ik was best zenuwachtig, maar door hun positieve uitstraling ging het goed.
Tijdens de opleiding leer je wat je volgens de regels moet zeggen bij een huwelijk, bijvoorbeeld over de plichten die het bruidspaar heeft, maar niet hoe je kunt speechen. Dat moet je - in overleg met het bruidspaar - zelf bedenken.’

Wat vergeet je nooit meer?

‘Dat een bruidspaar één van de ringen kwijt was. Precies op het moment dat het bruidsmeisje de ringen kwam brengen, bleek er één weg te zijn. Er ontstond direct commotie, iedereen ging zoeken en de bewaking werd opgetrommeld. Uiteindelijk bleek de ring te zijn gevallen en werd deze onderaan de trap terug gevonden.

Ik heb ook meegemaakt dat elke keer als ik met mijn speech wilde beginnen de dochter van het paar begon te huilen. Dan werd ze weer even stil, maar zodra ik weer begon te praten begon zij opnieuw te snikken! Toen is iemand even met haar naar buiten gegaan.’

Wat vind je van je werk?

‘Veertig procent van de bruidsparen is niet van hier, meestal zijn dat Nederlanders.
Het is leuk om te zien dat andere culturen andere gewoontes hebben. Nederlandse bruidsparen hebben vaak een auto met blikjes aan de bumper gebonden.

De jurken van Antilliaanse bruiden hebben meer tierelantijntjes, al zie ik dat bij Nederlandse dames ook steeds meer. De groep gasten wordt steeds groter. Aanvankelijk nam het paar alleen wat getuigen mee, maar nu zijn het hele gezelschappen die de bruid en bruidegom vergezellen.

Het trouwen van bruidsparen is altijd leuk. De sfeer is goed, iedereen is vrolijk. Het is afwisselend, je werkt steeds met andere mensen.’

Heb je nog tips?

‘Dien het verzoek om op Curaçao te trouwen op tijd in. Zeker drie maanden van tevoren. Dan heeft het bruidspaar meer zekerheid dat de datum waarop ze willen trouwen nog beschikbaar is.’

Wil je weten waarom het Bevolkingsregister 'Kranshi' wordt genoemd? Hier lees je waar die naam vandaan komt!